post

In veel bedrijfsomgevingen wordt Azure enkel gebruikt als hosting-platform voor (web)servers en databases. Dat is in zekere zin wel zonde, want er zijn veel meer leuke dingen mogelijk. Sterker nog: eigenlijk kan tegenwoordig zo ongeveer alles wel in de cloud. En waar Microsoft vroeger alleen Microsoft adviseerde, kan Azure nu probleemloos met andere platformen en technologieën overweg.

Een voorbeeld hiervan is dat het met Azure eenvoudig is om cross-platform een app te ontwikkelen die zowel op op iOS, Android als Windows Phone werkt. De eerste aanzet hiervoor was dat Microsoft vorig jaar Xamarin heeft overgenomen. In C# gaat het ontwikkelen van een mobiele app feitelijk zó makkelijk dat Scott Guthrie (Cloud VP bij Microsoft) tijdens een presentatie op Techorama 2017 letterlijk met één hand een app ontwikkelde. Dit was deels uitnoodzaak geboren, want zodra zijn telefoon op tafel lag draaide het scherm zodat de presentatie voor het publiek niet meer te zien was. De app zelf was niet wereldschokkend – een lege WordPress in elkaar kunnen klikken maakt iemand ook nog geen web-developer – maar het gemak waarmee kennis van Microsoft-producten nu op alle platformen bruikbaar wordt is zeker noemenswaardig. Vervolgens kan testen, builden, releasen én evalueren waar de knelpunten zitten vanuit de nieuwe app-portal in Azure op mobile.azure.com. Die integreert Visual Studio Team Services naadloos met de mobile diensten in azure. Cross-platform is leuk, maar dat vereiste voorheen ook voor kleinschalige experimenten toch investeringen in hardware om Android of iOS te testen. Ook dat is verleden tijd, een iOS-app schrijven en testen kan nu ook zonder Mac omdat Xcode (de suite voor softwareontwikkelaars van Apple) binnen Visual Studio Online als build service beschikbaar is gemaakt. Als bonus zorgt Microsoft er zelfs voor dat je je app kunt testen via de cloud: er zijn tot dusver 28 modellen iPhone uitgebracht en van al die versies hangen fysieke exemplaren in de Azure datacentra om geautomatiseerde tests op uit te laten voeren.

Aan de andere kant van het Azure-spectrum groeien de mogelijkheden van machine learning in rap tempo. Met een beetje handigheid klik je in Azure binnen een minuut of tien, zonder ook maar één regel R, Python of SPSS te schrijven, een algoritme in elkaar dat een computer leert om getallen in willekeurige handschriftsamples te classificeren. Betrouwbaarheid: om en nabij 98%. Natuurlijk vereist het wel wat studie om er écht iets nieuws mee te doen maar de drempel om in te stappen is heel laag geworden. Misschien is het niet slim om computers weer als ‘black box’ te gaan zien, want techneuten weten natuurlijk graag wat er gebeurt. De complexiteit van de algoritmes neemt echter snel toe, wat het steeds lastiger maakt om te bevatten wat er precies gaande is. Een voorbeeld waarmee je zelf eenvoudig kunt ervaren wat Machine Learning kan doen, is de gratis Face API. Deze API, onderdeel van de steeds groeiende Azure Cognitive Services, kan vrijwel realtime gezichten herkennen en classificeren via bijvoorbeeld een webcam of camera op je mobiele telefoon. In de basis worden zaken als geslacht en geschatte leeftijd herkend, maar door het algoritme te voorzien van voorbeeldmateriaal zoals pasfoto’s of foto’s op het internet, kan heel eenvoudig een nauwkeurig herkenningssysteem worden gemaakt. Om hiermee bijvoorbeeld een systeem voor toegangscontrole te maken moet er nog wat meer gebeuren, maar dit soort systemen waren tot een paar jaar terug zeer complex en kostbaar om te bouwen.

De manier waarop Azure ons de kans geeft om met dit soort technieken en kennis te kunnen werken is ongekend. Niet alleen omdat er dingen tussenzitten die échte vernieuweningen in IT mogelijk maken, maar ook omdat er alles aan gedaan wordt om de toegankelijkheid zo groot mogelijk te houden. Ik had de kans dat dit een echte blog wordt vastgesteld op <2% dus bij deze schrijverij blijft het. Dat dit nu toch op Around the Cloud te lezen is, bewijst dat ook slimme algoritmes nog niet alles weten. Thanks, Azure Machine Learning!

Leave a comment